Wereldkampioen jongleren deel 4

Leon van der Ster heeft al een heel wielerleven achter de rug. Stilletjes verlangt hij al jaren naar de kussen van de rondemiss. Nu op zijn 39ste zet hij nog één jaar alles op alles om zijn droom waar te maken. Op het hoogste podium belanden van een cyclo of elitewedstrijd. Leon houdt voor CYCLOsportive een dagboek bij van zijn weg naar de top.
door Leon van der Ster
Een beetje een streefdoelletje in mijn hoofd die 300 km.
Zo die is ook weer binnen zo in januari. Het wereldrecord ballen in de lucht houden. Het jongleer record staat op 14 ballen. Nou deze maand verbrak ik dat record, al moest ik er her en der toch ook een paar laten stuiteren. Hopelijk zat daar hoogstens een deukje in en geen barst of compleet kapotgeslagen bal.

Terug naar vorige week

Na een leuke opstartweek in de eerste kalenderweek van het jaar met een mooie variëteit aan trainingen en totaal 304 km aan trainingskilometers, kwam ik ook in de 2e week van het jaar boven de ‘magische grens’ van 300 km. (300,3 om precies te zijn). Een beetje een streefdoelletje in mijn hoofd die 300 km. Met een gemiddelde van 30 km/u betekent deze grens dat ik dan aan de gewenste 10 uur fietstraining per week kom, hetgeen ik zelf genoeg acht om op dit niveau straks mee te kunnen spelen. Wel uiteraard onder de voorwaarde dat daar enige structuur en continuïteit in zit. In het verleden vaak genoeg 10 uur in een week gefietst, maar daar stonden dan nog vaker trainingsweken van geen of minder dan 3 uur tegenover.

Nat en koud

In week 2 stond op woensdag een pittige duurtraining van 3 uur op het programma met twee series 30 seconden tempoversnellingen. Behoorlijk pittig bij 3 graden met wind en regen, maar achteraf gezien niks vergeleken met de training die me die zaterdag stond te wachten. Zaterdag 16 januari stond namelijk de eerste trainingskoers bij De Mol in Dordrecht op het programma. Op mijn trainingsplanning stond die dag 4 uur, inclusief clubrit. M.a.w. het was de bedoeling (overigens met elkaar afgestemd) dat ik op de fiets er naar toe zal gaan en ook weer terug. Laat het die zaterdag nou net rond het vriespunt zijn en onderweg naar De Mol met 2 graden kreeg ik de eerste natte sneeuw en hagel al over me heen. Na de 29.1 km in een klein uurtje te hebben weggetrapt en ik bij het clubparcours van de Mol was aanbeland, werd zojuist de B-groep afgelast vanwege gladheid door hagel op het parcours!  Leuke omstandigheden om je eerste wedstrijdje daar weer te rijden. Na even wat schone kleren te hebben aangedaan, was het om 14.00 uur de beurt voor de A-groep. Aangezien ik mijn benen nog een beetje voelde van de dag ervoor, besloot ik maar eens een keertje de kat uit de boom te kijken en lekker achterin het peloton te gaan rijden. Door het barre weer dunde het peloton zienderogen uit. Na een uurtje vond ik het wel best met rustig aan doen en heb toen een paar keer even door de wind van achter naar voren gereden en me ook een paar keer vooraan gemeld. Dat ging best gemakkelijk, maar toen ik weer even niet zat op te letten, reed er toch een groepje van een man of 10 weg.

Wintertenen

Uiteindelijk kwam ik in een tweede groepje terecht en deed weer wat ik al zo vaak heb gedaan in mijn wielerleven, ik liet het kaas van mijn bord eten. Mede door mijn inspanningen, konden een paar renners uit ons groepje nog wel de sprong maken, maar zelf belandde ik daardoor in een chasse patate.  Het laatste half uur had ik vrijwel geen gevoel meer in mijn vingers en kon daardoor ook bijna niet meer schakelen. Zwaar irritant is dat als je net een beetje lekker wilt gaan koersen en dan de juiste versnellingen niet kunt vinden. Nog irritanter was dat ik de laatste twee rondes voor het einde maar liet lopen en daardoor kwam opeens mijn gevoel in mijn vingers terug. Dat deed me een pijn. Jemig, alsof je je handen in net niet kokend water hebt en voelt het alsof er iemand met een naald eens lekker in gaat prikken.

Het leukste gedeelte kwam nog. Ik was namelijk qua kleding geheel voorbereid op droge kleren tijdens de wedstrijd en vervolgens ook nog droge kleren voor naar huis. Ik had alleen geen extra paar schoenen bij me, zodat ik weliswaar met droge sokken, toch weer mijn zeiknatte ijskoude schoenen aan mocht doen. Ik had nog twee boterhamzakjes in mijn rugzak, dus besloot die maar om mijn voeten te doen en daar dan mijn sokken overheen. Het aandoen van zeiknatte overschoenen, leek me niet verstandig, dus zonder overschoenen, maar met plastic zakjes, reed ik terug naar huis. Dat ging het eerste half uur nog goed, maar door vermoeidheid, harde vrieswind tegen, regen en 1 graad, kreeg ik het laatste uur mijn voeten niet meer warm. Toen ik thuiskwam, bleek ik weer lekker ouderwetse wintertenen te hebben. Je kent ze wel, van die tenen waar al het leven uit is weggevloeid. Dat paste ook wel een beetje bij mijn gemoedstoestand na 124 km in de koud te hebben rondgereden.

Werk, prive en sporten

Na bijna 1000 km te hebben getraind in de afgelopen drie weken, was het in week 3 van het nieuwe jaar tijd voor een rustig herstelweekje. Kwam goed uit, aangezien ik het om mijn werk stikdruk had.

Op mijn werk heb ik meer petten op dan ik in mijn schuur aan wielerpetjes heb hangen. De grootste pet, tenminste de pet die ik het meeste op heb, is sinds een paar maanden die van afstudeercoördinator van de opleidingen HBO rechten en SJD (dat staat voor sociaal juridische dienstverlening). Dat zijn bij Inholland grote opleidingen, ter indicatie de eerste drie periodes zijn nu zo’n 400 studenten gestart met het afstudeertraject. Dat zijn dus een paar pelotons studenten die allemaal de finish van hun studie in het zicht krijgen.  Dat proces, waarbij studenten gevoelsmatig een hoop bergetappes voor de kiezen krijgen, is dus behoorlijk omvangrijk en achter de schermen valt daar genoeg aan te doen.

Naast deze coördinatietaak, heb ik er nog een paar, te weten periodecoördinator blok 6 en 8, deeltijdcoördinator, kernontwikkelaar van periode 3 propedeusefase en periode 5 SJD. Daarnaast ben ik mentor van 4 verschillende klassen, en oh ja, als docent verzorg ik her en der nog wat juridisch onderwijs en ben ik tevens lid van de DMR (domeinmedezeggenschap). Afgelopen weken kwamen al deze lijntjes helaas onfortuinlijk bij elkaar en ontkwam ik er niet aan om een paar weken zo’n 60 uur te werken. Dat viel dus niet mee om daar dan ook mijn wielerplanning in te passen. Als je dan ook nog gedurende een paar dagen een paar zieke kinderen hebt, je vrouw ook een buikgriepje krijgt en je nog twee externe trainingsdagen had waardoor al het werk nog bleef liggen, viel het niet mee om überhaupt zelf overeind te blijven.

Slapen op nummer 1

Van zondag 17 januari naar maandag de 18e sliep ik slechts 4,5 uur. Ik had zoveel op mijn ‘to do lijst’ dat ik er ’s nachts zelf uit was gegaan om nog een paar uur te werken. Aangezien ik elke dag bijhoud  hoe mijn slaapritme is (uren en kwaliteit), kreeg ik gelijk die maandag het volgende berichtje van Norbert:

 

“er zijn weinig sporters die ik ken, die gaan werken in de nacht. wat maalde er door je hoofd. relax man, slapen is erg belangrijk voor je herstel, slapen is je recuperatie, slapen is je winst. slapen moet op nr 1 komen te staan. je moet er een studie van maken om goed en vast in slaap te kunnen komen, snap je???”.

Tja, boodschap was duidelijk. Met enige regelmaat flik ik zoiets. Zodra ik het drukker krijg, is het eerste wat er bij gaat inschieten, mijn uurtjes slaap. Meestal heb ik dan ergens in de week een ‘bijtankdag’ en ben ik ’s avonds zo uitgeteld dat ik tegelijkertijd met de kinderen om een uurtje of acht naar bed ga. Dan mogen Britta en Devi allebei bij me komen liggen en verzint papa eerst een verhaaltje alvorens met zijn drieën als een blok in slaap te vallen. Dat gaat dan vaak over dieren in fantasieland. Die dag volgde al gauw in die week, namelijk gelijk de dinsdag. Die maandag presteerde ik het namelijk om na zo’n kort nachtje zo’n twee werkdagen in 1 te doen. 15 uur werken op één dag, is nou niet bepaald een rustweek houden en ook bij mij begon een verkoudheidje op te borrelen.

Deze verkoudheid bleef een beetje kwakkelen en zette niet echt door, tot ik die zaterdag wederom een ritje naar De Mol op het programma had staan. Het was weliswaar iets minder koud, maar nog steeds regenachtig. Om 12.15 uur vertrok ik vanuit Klaaswaal naar de Mol en nog geen drie km. verder liep mijn achterband af. Ik had weliswaar vorige week nieuwe 25mm Schwalbe Pro One tubeless besteld, maar die banden schijnen erg in trek te zijn, waardoor de levertijd een paar weken is. Snel omgekeerd naar huis en mijn oude wiel uit de garage gepakt. Er was iets mee, maar ik wist niet meer wat, tot ik mijn wiel erin had zitten en erachter kwam dat er een cm speling op de body zat. Nou ja, niet te veel schakelen dan maar. Tijd om een band te verwisselen, had ik niet meer (tenminste niet in het tempo waar ik dat in doe). Tegen half één vertrok ik weer richting Dordrecht, wetende dat om 14.00 uur de wedstrijd daar begint en het ongeveer een uurtje rijden is. Nabij de Kiltunnel (dat is halverwege) kwam ik er pas achter dat ik mijn rugzak met eten en droge kleding nog in de garage had laten staan. Die had ik bij het verwisselen van mijn wiel even afgedaan en was ik glad weer vergeten op te doen. Ja, daar ging mijn plannetje om naar De Mol te gaan. Door het natte wegdek, was ik zelf al behoorlijk nat geworden en ik had ook geen eten bij me. Ik besloot daarom maar een rondje Moerdijk af te maken en mezelf daarna nog maar even op een straftraining op de Elite binnen te trakteren. Na 2 uurtjes buiten te hebben gefietst, kwam ik alweer thuis en deed even iets droogs aan om vervolgens richting zolder te vertrekken. In het verleden had ik wel vaker mezelf pijn gedaan met een zelfverzonnen vorm van training, namelijk de Mont Ventoux single speed training.

Ventoux extreem

Helaas heb ik de Kale Berg nog nooit in het echt mogen bedwingen. Thuis via de videoraces heb ik hem echter al tientallen keren bedwongen. Het is echt een berg waarvan je spijt hebt dat je daaraan begonnen bent. De eerste paar km. zijn goed te doen en die gebruik ik dan om een beetje warm te rijden. Beetje richting D2 en wat kracht op de pedalen zetten. Eenmaal bij het bos aangekomen, wordt het andere koek. Vanaf daar lijkt er geen einde meer aan te komen en mag je blij zijn als je die verschrikkelijke kilometers weer achter de kiezen hebt. Hoewel het laatste stuk niet heel lastig is qua gemiddeldes, ben je dan echter al zo afgeserveerd dat zelfs 5% stijging te veel is geworden. Zeker als je mijn training aanhoudt. Ook die zaterdag koos ik voor masochisme. Ik zette de versnelling van mijn oude Prorace (mijn allereerste fiets met triple) op de 42 voor en achter op de 21 en kom daar dan niet meer aan tot ik de finish heb bereikt. Dat is op zich nog te doen, maar om mezelf echt ook mentaal en fysiek uit te dagen, doe ik er nog een schepje bovenop en spreek met mezelf af dat ik bij alle stijgingspercentages van boven de 10% verplicht staand moet klimmen en alles onder de 10% verplicht zittend. Zo bepaalt het reliëf van de col uiteindelijk de zwaarte van mijn training. Stukken die te lang boven de 10% zijn, zijn écht niet leuk….., maar ook stukken die te lang net onder de 10% zijn, zijn helemaal niet leuk…Ik rijd vandaag in 1,06 uiteindelijk naar boven. Eén van mijn snelste tijden, met een gemiddelde hartslag van 172 en al 2 uur daarvoor in de benen, was het met recht een pittige training.

De volgende dag blijkt mijn lichaam ook gelijk helemaal van slag. De verkoudheid zet nu goed door en heb die zondag een dagtaak aan het snuiten van mijn neus. Maandag wil ik het liefst in mijn bed blijven liggen, maar op mijn werk wachten nog een hoop zaakjes die afgehandeld moeten worden. Links en rechts zie ik zowel in familie als op werk mensen uitvallen vanwege ziekteverschijnselen. Ook die dag is een collega waarmee ik het afstuderen doe, helaas ziek. Ik mag vandaag dus zijn werk overnemen en sta er bij een presentatie voor zo’n 100 studenten en een intervisielunch voor 20 collega’s alleen voor. Mijn kop staat de gehele dag op barsten en gelukkig kreeg ik bij het opstarten van de dag nog een goede tip van een collega. Gewoon eventjes paar keer met Vicks stomen. Bij thuiskomst besluit ik dat te doen en ook die volgende dag nog een keer. Ik voel me gelijk een stuk opknappen en ben nog net in staat om mijn sprinttraining op dinsdag 25 januari weer te doen.  Ook op woensdag nog een uurtje met wat tempoversnellingen en we gaan ons wederom opmaken voor een koud, regenachtig weekend, precies waar 2 duurtrainingen gepland staan.

Koers bij Avanti

Het laatste weekend van januari sluit ik lekker af. De geplande training richting De Mol op zaterdag moest ik even aan me voorbij laten gaan. Tijd-technisch kwam dat even niet uit, maar daarentegen stond weer een lekkere klimtraining binnen van ruim 2,5 uur met 5 colletjes en in totaal 2.184 hoogtemeters op het programma. Lekker mezelf weer even paar keer getest, maar wel iets rustiger aangedaan dan die week ervoor op de Ventoux. Voor morgen stond er namelijk ook een lekkere training gepland, een trainingsritje bij Avanti in Alphen a/d Rijn.

Zondagochtend om 8.00 uur zat ik al op de fiets. Nog lampjes aan, windje in de rug, goed aangekleed en richting Alphen. Na een beetje speurwerk voor de route, arriveerde ik daar om 10.15 uur en was mooi op tijd voor de trainingskoers van 11.00 uur. De eerste twee uur van de dag hadden me geen moeite gekost en eventjes een nieuw zweetshirtje aangedaan, wat gegeten en klaar voor deel 2. Bij de start van de wedstrijd besluit ik er maar eens een keertje in te vliegen en het peloton laat me gewoon voor zich uit spartelen. Zo rijd ik de eerste ronde in mijn uppie een paar metertjes voor de rest en krijg ik een mannetje mee. De tweede ronde doen we met zijn 2’en en daar kwam nummer 3, 4 en 5. De ‘thuisploegen’ WTOS en SwABo hebben er echter niemand bij en uiteindelijk worden we weer teruggepakt en trekken ze vooraan het peloton behoorlijk door en zetten het peloton op de kant. Ik zit zelf eventjes nog op apegapen en moet een klein gaatje laten vallen. Dat komt me duur te staan en voordat ik het weet, rijd ik achter het peloton en krijg ik het gat niet meer dicht. Lekker weer, echt een Van der Ster actie. Weer jezelf opgeblazen en op het moment dat het moet, heb ik niet de power om nog even mee te kunnen. Uiteindelijk ben ik hier ook niet gekomen om niks te doen, dus maak er dan maar een harde training van. Samen met twee dames (later 3), blijven we met zijn 3’en goed doortrappen en houden de kopgroep een uur lang op nagenoeg dezelfde afstand. De laatste paar rondes worden we helaas toch nog net gedubbeld, maar merkte dat ik wel in staat was om een paar rondes solo hetzelfde tempo aan te houden als de kopgroep. Qua kracht gaat het gevoelsmatig dus ook de goede kant op, nu nog een beetje tactischer gaan rijden. De terugweg naar huis was wederom een déjà vu. Meer dan 60 km. flinke wind tegen, koud en laatste uur ook nog regen. Ik kwam de terugreis met een gemiddelde van net boven de 25 gesloopt thuis. Uiteindelijk deze laatste trainingsdag in januari afgesloten met iets meer dan 6 uur en ruim 177 km.

Dat brengt voor januari de volgende statistieken:

– Aantal trainingsuren op de fiets: 42

– Aantal kilometers op de fiets: 1278

– 6.230 hoogtemeters

– Zo’n 4 uur core-en krachtoefeningen over de laatste drie weken verspreid

– Gewicht op 1/1: 69,4, gewicht op 31/1: 67.5

Voor februari: GRAN CANARIA, een nieuwe vermogensmeter & a lot more to come!

Laat alles zien
/*