Beep beep beep beep!

De wekker gaat om 4.45 uur af op zondagmorgen! Gelukkig gaat de wekker niet echt af. Hij hoeft niet eens af te gaan. Hoewel ik de wekker wel gezet heb, ben ik voor 4.45 uur wakker. Ik heb er zin an! La Philippe Gilbert Classic, here I come 🙂 Klaar voor 140 kilometer door de Waalse Ardennen met o.a. de Muur van Huy en La Redoute.
Muur van Huy leidt rechtstreeks naar de hel
Als ik de deur van mijn huis open en met mijn sporttas en fiets naar buiten loop, is het donker, koud en vooral stil op straat. We zouden met drie mannen op pad gaan, maar de één heeft last van buikkrampen en de ander heeft een beschadigd frame door een valpartij. Dat betekent dat ik alleen op avontuur ga naar België. Even 2,5 uur in de auto om een stukkie te fietsen en daarna ook weer 2,5 uur terug naar Vleuten. Mijn lieftallige echtgenote vindt het gekkenwerk. Dat denk ik ook bij mezelf als ik strak om 5.30 uur in de auto stap, op weg naar Aywaille.

Veel gekken alleen
Zo gek blijk ik echter niet te zijn als ik het weiland inrijd waar ik mijn auto moet parkeren. Om mij heen opvallend veel auto’s met slechts één racefiets op de fietsendrager en slechts één persoon in de auto. Of zijn er gewoon heel veel gekke mensen die fietsen? Nog even de blaas legen tegen een uitgedroogde boom en het avontuur kan beginnen. Alleen op pad… hoe doe je dat bij de inschrijfbalie? Mijn racefiets laat ik liever niet onbeheerd achter. Gelukkig heeft de organisatie aan een bewaakte fietsenstalling gedacht.

Muur van Huy
Al snel na de start, sluit ik aan bij een klein groepje Franstalige Belgen. Ik merk dat er om mij heen heel weinig mensen Nederlands of Vlaams spreken. Dat wordt een lekker rustig dagje. Niet lullen, maar trappen :-). Ik heb na de start 9 kilometer de tijd om me voor te bereiden op de eerste serieuze hoogtemeters van 2017. Na de brug van Vianen en de al iets serieuzere klimmetjes van de Utrechtse Heuvelrug, is de Cote de Fraiture van een hele andere orde. Ik besluit goed op mijn hartslag te letten en laat snelle, lichte springveren voorbij gaan. Normaal gesproken kan ik het niet laten om aan te pikken en vol in het rood omhoog te fietsen. Wijsheid komt met de jaren, misschien ben ik toch niet zo gek als sommigen denken. Na de eerste beklimming kom ik in een lekker groepje terecht. Samen bedwingen we de Cote de Lincé Est, Cote de Betgné en de Roche aux Faucons. De naam van Philippe Gilbert staat op deze laaste klim veelvuldig op het asfalt gekalkt. Ook de naam Scarponi staat op het wegdek. Het doet me beseffen dat het leven zomaar ineens over kan zijn. Ik ben alleen op pad en heb het thuisfront beloofd voorzichtig te zijn. Dat ben ik altijd, maar nu ietsje extra.

Na acht beklimmingen doemt halverwege de rit de gevreesde Muur van Huy op. De weg lijkt hier letterlijk recht omhoog te lopen. Recht de hel in als je slechte benen hebt en recht de hemel in als je benen super aanvoelen. Een paar kappelletjes langs de weg omhoog, bevestigen het religieuze karakter van deze klim. Ik heb niet echt goede of slechte benen. Gecontroleerd rijd ik omhoog, maar ook gecontroleerd doet deze klim pijn. Bovenop de Muur van Huy geniet ik van een welverdiende bevoorrading. De organisatie heeft aan alles gedacht. Fruit, wavels, energierepen, drinken, water, energiedrank etc alles is er. En in het heerlijke lentezonnetje, staan veel deelnemers even uit te puffen en bij te tanken.

Speuren naar groepjes
Ik zie een groepje vertrekken waarvan ik inschat dat ze van vergelijkbaar niveau zijn. Als eenzame fietser wil je niet te veel alleen fietsen tijdens zo’n lange zware dag door de Ardennen. De hele dag speur ik dus naar groepjes waar ik bij aan kan sluiten. Het blijken dit keer Vlaamstalige Belgen te zijn, uit Antwerpen. Door alleen op avontuur te gaan, kom je in aanraking met andere mensen. Veel sneller dan met een groep op pad gaan. Je voelt dan meer de behoefte om je open te stellen voor anderen en spreekt eerder andere fietsers aan. Het levert leuke, op de fiets vaak korte, gesprekken op. Kort, omdat de volgende klim zich al weer aandient. Beklimmingen met prachtige namen als Cote de la France, Col de Limont en Cote de Xhoris ‘schieten’ onder de wielen door. De namen van de beklimmingen mogen dan mooi klinken, in werkelijkheid zijn het lelijke kuitenbijters. Hoewel ik me de hele dag zoveel mogelijk heb lopen sparen, beginnen al die hoogtemeters toch pijn te doen. Het toetje, Cote la Redoute, moet dan nog komen. De klim begint redelijk eenvoudig maar zodra je na een paar honderd meter linksaf slaat begint de ellende. Veel fietsers die te enthousiast begonnen zijn aan deze uit Luik-Bastenaken-Luik bekende klim, parkeren hier volledig. Halverwege de klim probeert iemand weer op zijn fiets te stappen en verder te fietsen. Onmogelijk op deze steile heling. Dat weet de ongelukkige fietser ook als hij omvalt en op het asfalt smakt. Naast mij ploetert een andere renner omhoog. Waar ik zuchtend en zwaar ademend omhoog klauter, is mijn buurman een stuk luidruchtiger. Schreeuwend en hard kreunend ploegt hij omhoog.

Eenmaal boven op La Redoute, volgen er nog tien licht glooiende en vooral dalende kilometers. Heerlijk na ruim vijf uur en meer dan 2000 hoogtemeters. Sponsor Kwaremont bier, biedt alle deelnemers een gratis biertje aan. Ik moet hem afslaan. Hoewel het bier mij ongetwijfeld zeer goed gesmaakt zou hebben, heb ik nog een eenzame autorit voor de boeg terug naar huis. Moe stap ik in de auto. Gekkenwerk. Ja absoluut, maar het was de moeite waard!

 

 

Laat alles zien
/*