In 24 uur van 18 naar 81 deel 5

Leon van der Ster heeft al een heel wielerleven achter de rug. Stilletjes verlangt hij al jaren naar de kussen van de rondemiss. Nu op zijn 39ste zet hij nog één jaar alles op alles om zijn droom waar te maken. Op het hoogste podium belanden van een cyclo of elitewedstrijd. Leon houdt voor CYCLOsportive een dagboek bij van zijn weg naar de top.
door Leon van der Ster
Op de Infocrank heb ik gekozen om weer naar een echt wedstrijdverzet te gaan en mijn compact ingeruild voor een 53-39.
Zo voel je nog een jonge god en kun je de hele wereld aan en nog geen 12 uur later ben je een gebroken oud wrak en is het gevoel van leven weggevloeid. Is dat nu het lot van een bijna 40-jarige?

Februari, de dagen worden weer wat langer. Het weer wordt er helaas nog niet veel beter op. Veel wind en veel regen kenmerkt het begin van deze wintermaand. Nou ja winter, als je uit je raam naar de flora en fauna kijkt, lijkt het wel of de lente al begonnen is. Bloembollen zien we alweer uitkomen en ook de eerste lammetjes staan al in de wei.  De eerste dikke bromvlieg had ik van de week ook al in huis. Nog een paar generaties verder en de Eef Brand’s en Odwin Bink’s van die tijd kunnen hun boel wel sluiten in het zonnige Zuiden, aangezien het hier dan in de winter ook niet meer onder de 15 graden gaat komen. Moeten we toch weer een andere smoes verzinnen om een week van huis te kunnen zijn. Nu volstaat als reden voor een trainingskamp in Spanje dat het in Nederland écht niet te doen is om 7 dagen lang intensief uren te maken in de Nederlandse kou. Blij dat ik nu nog leef, over exact twee weekjes wachten de bergen van Gran Canaria op me!

Maar voorlopig moest ik het de eerste week van februari gewoon doen met de mogelijkheden hier in ons eigen kikkerlandje. Waar ik vorige week zondag nog geëindigd was met de eerste 6+’er van het jaar, begon deze week met een rustdag. Maandag is wat dat betreft op mijn werk ook altijd een gekkenhuis. Dat komt dan door de vele petten die ik op heb, aangezien maandag een beetje vergaderdag is en ik dan van de ene afspraak naar de andere hobbel.

Op dinsdag had ik een uurtje training op het programma staan. Wel met 5 series waarbij ik in 90 seconden het tempo opvoer tot 130% van mijn kracht bij omslagpunt. Ik schatte zo’n 500 watt. Een mooie trainingsvorm om de vorm op peil te houden. Lekker eventjes prikkelen, maar niet te gek doen. De trainingsopbouw verloopt voorlopig ook nog best redelijk, zeker gezien de werkzaamheden die tussendoor op mijn pad komen. Deze dinsdag loopt mijn planning weer helemaal in de soep. Het gehoopte vrije uurtje in de ochtend had ik willen gebruiken om een stukje te fietsen. Uiteindelijk wordt het ’s avonds om iets voor 22.00 uur voordat ik binnen op zolder op de fiets klim. De opmerking die bij de training in de Trainingspeak app staat, ‘beentempo tussen 95 en 105. Probeer overal te blijven trappen. Probeer een vlak vermogen te rijden’, is voor mij binnen makkelijk te realiseren. Weliswaar heb ik de cadansmeter ooit gesloopt, maar met een beetje tellen en rekenen, weet je ook wel hoeveel omwentelingen je maakt.

Omdat het ’s avonds laat is en ik in D1 binnen toch zeker rond de 35 km/u ga rijden, besluit ik om een stijgingspercentage in het uur in te bouwen, zodat de herrie voor de buren en de slapende kinderen nog een beetje draagbaar is. Gedurende 50 minuten rijd ik vervolgens dus met 5% stijgingspercentage ’s avonds de zweetdruppels uit mijn lichaam. De tempoversnellingen voer ik op van zo’n 300 watt naar 500+. Na afloop mag ik nog even wat stabiliteits-en krachtoefeningen doen in de garage. Met wat dumbels doe ik 5*15 step ups op mijn draagbare werkbank, vervolgens wat core oefeningen (plank 30’, zijplank etc.), daarna 3*6 uitvalpassen met dezelfde dumbels. Ik besluit dat na een maandje er wat gewicht bij de dumbels bij kan en voeg per dumbel 3,5 kg bij. Dat blijkt weliswaar voor mijn benen wel te doen te zijn, maar mijn bovenlichaam neemt nu ware wielrenproporties aan. M.a.w. daar zit alleen nog de broodnodige kracht in voor aan je stuur te trekken, maar verder is het een verhoudingsgewijze slappe boel in de armen. Halverwege de step up oefeningen lijken mijn armen een paar cm. langer te zijn geworden en heb ik alweer spijt van mijn al te impulsieve beslissing. Rond half 12 stap ik onder de douche, neem nog even een glaasje water beneden en stap daarna heerlijk voldaan mijn bed in.

Die woensdagochtend word ik wakker en schijnt warempel de zon eens een keer. Nou ja, zon…het is in ieder geval droog. Geen haar op mijn hoofd die nu twijfelt en ik besluit vandaag mijn geplande rustdag lekker de fiets te pakken naar mijn werk. Voor de gein maar eens een keer een hartslagmeter om en niet als een bezetene naar mijn werk fietsen. Met een gemiddelde van nog geen 25 fiets ik zowel heen als terug met een hartslag rond de 110 / 115 slagen heel relaxed tussen dorp en stad. Lekker even genieten van de buitenlucht.

Voor donderdag had ik 1:48 uur in de planning staan. Een training met 6 tempoblokken in D2 en de rest D1. De piekperiode op mijn werk loopt helaas nog wat langer door en ook deze donderdag valt mijn ochtendplanning in de soep. Ik ontkom er niet aan om ’s ochtends al wat afspraken in te plannen, terwijl ik weet dat ook ’s avonds nog een afstudeerkring op mij rekent. Op voorhand wordt het dus weer een werkdagje van zo’n 12 uur. Uitgeput kom ik dus ook om 21.30 uur thuis en kan twee dingen doen. Of me netjes aan mijn schema houden en wederom tot ’s nachts nog gaan trainen of ik besluit maar lekker op de bank neer te ploffen en het trainen maar te laten voor wat het is. Uiteindelijk trekt de bank deze keer net iets meer aan.

Vrijdag ga ik naar de plaatselijke fietsenmaker, Klein Tweewielers in Numansdorp, waar Siebe me uitstekend van dienst is door de gekochte Infocrank vermogensmeter, op mijn fiets te monteren. De importeur van deze vermogensmeters stond raar te kijken dat ik dat niet zelf kon, volgens hem namelijk een fluitje van een cent. Nou ja, naar mijn fiets kijken kan ik nog. Erop rijden gaat ook nog. Maar zodra er schroefjes en draadjes aan te pas gaan komen, besteed ik het werk liever uit. Wat dat betreft heb ik niet zozeer twee linkerhanden, maar eerder genoeg inzicht in mezelf…..Waar iemand anders iets goed kan doen in minder tijd, ga ik niet zelf zitten klojo-en. Daar heb ik én geen zin in én maak ik geen tijd voor.

Ik ben blij met mijn keuze om het uit te besteden als ik zie wat er allemaal moest gebeuren. Op de Infocrank heb ik gekozen om weer naar een echt wedstrijdverzet te gaan en mijn compact ingeruild voor een 53-39. Zo beschik ik nu weer over gelijke wapens die bij de elite z.c. nodig kunnen zijn. Dat betekende dat mijn voorderailleur omhoog moest, nieuw crank erop, nieuw kabeltje en uiteindelijk ook een nieuwe ketting, aangezien die beide nagenoeg versleten waren, en dan uiteraard alles nog even afstellen. Voelt altijd goed, iets nieuws op je fiets. Ik krijg er in ieder geval weer een beetje extra moraal van en hoop dat het weer voor morgen een beetje meezit.

Ik hou het spannend, deel 2 van deze blog volgt later!

Laat alles zien
/*