Het is maar een hobby

Het wielrenvirus heeft me te pakken. Ik raak het nooit meer kwijt. Inmiddels denk, leef en slaap ik wielrennen. Prof zal ik nooit worden. Die ambitie heb ik ook nooit gehad. Het blijft maar een hobby. Maar wel een verdomd mooie hobby. In deze serie blogs ga ik terug in de tijd en diep ik uit mijn geheugen de mooiste avonturen op. Wellicht begrijpen ‘onwetenden’ dan wat het is om bevangen te zijn door het wielrenvirus: een prettige ziekte 🙂
door Gerrit Vermeulen
In een gele trui van peugeot reed ik achter mijn vader aan.
Het moet ergens in 2000 zijn geweest. Het exacte moment kan ik mij niet meer herinneren.  Maar ergens in 2000 vatte één van mijn vrienden het plan op om te gaan fietsen. Tot dan toe had ik alleen maar naar fietsen op televisie gekeken en in een wat verder verleden fietste ik samen met mijn tweelingbroer en mijn vader door de polder. Een jaar of 11 was ik toen ik de spatborden van mijn fiets haalde en ik van mijn vader een racestuur kreeg. Het racestuur verving het gewone stuur en voila, mijn eerste racefiets was geboren. In een gele trui van peugeot reed ik achter mijn vader aan, mijn broer in een TI-raleigh-shirt en mijn vader op zijn raleigh-fiets. Dezelfde fiets als waar de ploeg Post toen op reed. Met zijn drieën fietsten we door de omgeving van Kockengen en bij thuiskomst sprinten bij het bord van de bebouwde kom. Heerlijk vonden we het. Vreemd dat ik tussen 1986-2000 die passie voor het fietsen ben kwijtgeraakt. Zal iets met pubertijd te maken hebben gehad en andere interesses ☺

Maar goed, in 2000 stapte ik weer op de fiets. Ik had de fiets van mijn vader kunnen gebruiken. Dat had best gepast, ik durfde het hem niet te vragen. Hij was zeer zuinig op zijn spullen en ik daarentegen niet echt… Voor een prikkie een veel te grote wit/rode Gazelle van iemand uit het dorp overgenomen. Klikpedalen had ik nog nooit van gehoord. Ik vond het al heel wat dat ik niet aan het frame hoefde te schakelen. Het versnellingsapparaat was al in de remgrepen geïntegreerd. Dat vond ik al heel erg hip.

Zat ik gelijk strak in het wielrenpak? Nee echt niet! De benen ongeschoren, de voeten in zaalvoetbalschoenen en het lijf in een uit-shirt van Arsenal gestoken. Ik had wel een echte wielrenbroek aan. Bij lange ritjes zelfs een klein rugzakje van De Rode Winkel op mijn rug voor de nodige proviand. Zo ging ik met mijn vrienden op pad. Een helm zetten we alleen op ons hoofd bij officiële tochten. Zeker niet bij trainingsritjes langs het kanaal. De helmplicht bestond toen nog niet voor wielrenners. Nu nog niet volgens mij, maar inmiddels vind ik je wel een behoorlijke malloot als je geen helm op je kop zet als je gaat fietsen. En als je bovenstaande een vreemde outfit vind voor een wielrenner? In ons groepje heeft jarenlang iemand rondgereden met een wit t-shirt en daar overheen zijn wielrenbroek met bretels… Zijn vader heeft trouwens ook regelmatig meegereden met ons groepje. Ongenadig hard kon hij op kop rijden en als je achter hem reed, keek je recht zijn hol in. Een nieuwe broek kopen als er een gat in zat vond hij onzin. De laatste mode kon ons gestolen worden. We reden nog niet langs winkelruiten om dan opzij te kijken of het er allemaal een beetje goed uitziet.

Al heel snel had het fietsgroepje het idee dat het heel wat voorstelde wat we aan het doen waren. En gelukkig werd de kleding ook steeds gesoigneerder. Steeds sneller werden de trainingsrondjes afgelegd en al snel hadden we ons allerlei wielerjargon eigen gemaakt. VOOOOOR als er iemand voor je reed die ingehaald ging worden. TEEEEEGEN! als er tegemoetkomend verkeer op de weg verscheen. AUTOO ACHTERRR als er van achteren een auto naderde. Met links en rechts werd er met armen gezwaaid als er paaltjes op de weg stonden. Aan de kant van het paaltje wapper je ook met je armen. Het lijken simpele commando’s, toch gaat het vaak mis. Het vaste rondje werd al snel het rondje langs het Amsterdam Rijnkanaal. Bij Breukelen de dijk op en bij Driemond er weer af. En als we eens echt lekker tegen de wind in wilden stoempen dan pakten we een route over de Lekdijk. Maakt niet uit welke kant op. Je hebt altijd wind tegen op de Lekdijk.

Net zo lang steeds ietsiepietsie harder gaan rijden totdat er iemand kraakt en moet lossen. Niks leukers was het dan als de fietser die moest lossen weer terug was in de groep, om gewoon weer hetzelfde tempo te gaan fietsen. “Goh, vreemd dat je weer moet lossen. Ben je niet lekker? Moe van je werk? Is er iets?”, werd er dan quasi nonchalant aan je gevraagd. Ik heb nog geen fietsgroepje meegemaakt die van te voren afspreken rustig te gaan rijden en zich daar dan ook aan houden. Het begint rustig en uiteindelijk is het een groep mannen in te strakke pakken die met snot voor de ogen als eerste de top van de apenrots willen bereiken. Acheraf wordt er dan altijd geklaagd dat er weer te hard gereden werd. Gek dat je die geluiden nooit tijdens de rit hoort. Dan vindt iedereen het prima. Voor eventjes voel je je tijdens het knallen door de polder over de dijk die profrenner die iedereen naar de filisteinen rijdt. Als enige overblijven en dan nonchalant achterom kijken waar de rest blijft. Dat weet ik, omdat ik altijd in zo’n nochalant kijkend gezicht zat te koekeloeren als ik weer eens de rol moest lossen.

Kortom we werden steeds meer echte wielrenners. Dat wil niet zeggen dat we ons ook lomper of asocialer gingen gedragen. In deze blog wil ik ons fietsgroepje best een schouderklopje geven. We zijn ons altijd keurig blijven gedragen in het verkeer. Andere weggebruikers dachten daar wel eens anders over. Dat wijt ik echter eerder aan onwetendheid. Ik kan me hun agressieve reacties soms ook best voorstellen. Het moet best schrikken zijn als er een op los geslagen groep dertigers/veertigers langs komt razen. Schreeuwend, met de armen zwaaiend en vooral niet bellend. Want een bel op de racefiets… dat hoort natuurlijk niet. Inmiddels heb ik gewoon een bel op mijn racefiets, zwart, klein, een beetje onder het stuur gemonteerd. Bijna niemand ziet hem ☺ Maar alle niet fietsers die dit stukje toevallig lezen, we schreeuwen niet tegen jullie. We gebaren niet wild met de armen om jullie van de weg te jagen. Nee, we waarschuwen de groep waarin we fietsen voor obstakels. Gewoon rustig blijven lopen of fietsen, wij rijden wel om jullie heen.

Goed de kleding was na een paar jaar inmiddels conform de geldende mode en na de te grote Gazelle ingeruild te hebben voor een passende Jan Jansen en een paar jaar later weer een nieuwe Bulls te hebben aangeschaft, was mijn wielercarriêre echt begonnen. Daarover vertel ik jullie in de volgende blog graag meer. ☺

Laat alles zien
/*