Iedereen ziet af, behalve Frank Schleck…

Bij een Cyclosportive of Granfondo staan renners aan de start van alle niveaus. Als het starschot klinkt, gaan ze allemaal met verwachtingen van start. De één voor de winst, de ander om een gouden brevet te bemachtigen en voor weer een ander is uitrijden al een hele uitdaging. Wat vast staat is dat iedere deelnemer bij de finish zijn of haar eigen unieke verhaal te vertellen heeft. CYCLOsportive vroeg een topper, iemand uit de middenmoot en iemand die vocht in de achterhoede over hun ervaringen bij de eerste GF Frank Schleck in Luxemburg. Ze waren het allemaal over één ding eens. De GF Frank Schleck was top georganiseerd!

We waren in de veronderstelling dat we deelnamen aan een toertocht
GF Frank Schleck werd op 20 mei voor het eerst georganiseerd. Tevreden over de orgaisatie van deze nieuwe cyclo? Wat is voor jou bepalend of een evenement goed georganiseerd is?
Bob van den Hengel
, lid van het Nederlandse NGlaze Granfondo team en beste Nederlander op een 13de plaats: “Ik vond de Granfondo erg goed georganiseerd. De wegen werden afgezet, er reden motoren voor (bij de voorste groep) en er stonden bij elk kruispunt mensen om het verkeer in goede banen te leiden. De start op basis van leeftijd vind ik een pré ten opzichte van de start op basis van startnummer, dat maakt de wedstrijd eerlijker om in je leeftijdscategorie goed te rijden. Klein minpuntje was dat de gebruikelijke pastaparty pas om 18:00 was, toen de meeste mensen al vertrokken waren.”
Werner Weeink, eindigde op de 998ste plek, daarmee leverde hij een achterhoede gevecht, vult aan: “Alles was goed geregeld: snelle verstrekking van de startnummers, voldoende parkeerplaatsen aanwezig en de startvakken waren goed aangeduid. Tijdens het evenement stonden er op de juiste plekken verkeersregelaars of politie en de route was duidelijk gemarkeerd.”
Geert Clijmans is lid van het Belgische Bioracer Granfondo Team. Hij hoopt in een aantal Granfondo’s mooie ereplaatsen bij elkaar te fietsen. Dit keer behoorde hij helaas tot de uitvallers. Maar ook Geert is dik tevreden over de organisatie: “De organisatie was voor mij ideaal, zodra we aankwamen in het startdorp om ons startpakket op te halen, stond alles goed aangegeven. De bewegwijzering van de route was ook goed. Enig minpuntje was het ontbreken van de pastaparty direct na afloop.”
In de middenmoot (527) eindigde Rob Thierig, bij velen wellicht bekend van Cyclokalender. De website waar vrijwel alle Cyclo’s en Granfondo’s vermeld staan: “Over de organisatie niets dan goeds. Ik vond het echt geweldig georganiseerd. Op het parcours stond op elke kilometer een vrijwilliger, en zo hielden ze het hele parkoers continue in de gaten. Dit heb ik nog nooit eerder gezien. Op alle kruispunten stonden meerdere vrijwilligers om verkeer tegen te houden en de renners door te laten gaan. Nergens hoefde je te stoppen. Een vriend reed lek en had verkeerde reserve banden. Een vrijwilliger zag dit, kwam vragen wat er was en belde direct de materiaalwagen die er binnen 10 minuten was. Nieuw bandje en hij kon meer doorgaan. Bij de finish was het feest, muziek en veel gezelligheid. Ook dat was prima.”

Is het een blijvertje op de kalender?
Bob: “Jazeker. Het is een mooie route door het glooiende Luxemburg. Goed te doen voor veel mensen en een van de weinige granfondo’s die nog redelijk dichtbij zijn.”
Ook Werner is duidelijk: “GF Frank Schleck is zeker een blijver wat mij betreft. Goed georganiseerd en veel afwisseling in het parcours.” En om het enthousiasme onder de deelnemers nog maar eens te benadrukken, voegt Rob hier aan toe: “Ik denk dat het een dikke blijver op de kalender is. Deelnemersveld was ook van hoog niveau.”

De foto’s van de GF Frank Schleck tonen allemaal redelijk weer, ideale fietsomstandigheden. Tevreden met je prestatie?
Bob: “Er had misschien meer ingezeten als het parcours iets zwaarder was geweest (de heuvels iets langer of steiler), maar ik ben wel tevreden met mijn dertiende plek. Ik was erg goed, maar er ontstonden geen grote verschillen op de klimmen, waardoor vaak alles weer bij elkaar kwam. Dat zorgt ervoor dat het tactische aspect belangrijker wordt. Ditmaal was dat in mijn nadeel.”
Geert: “Tevreden kun je niet zijn, als je de finish niet haalt. Tijdens de wedstrijd moest ik eigenlijk afrekenen met 2 maal pech… Tijdens het openingsuur ben ik weggereden van het eerste peloton en ging plotseling door één van mijn cassette-kransjes heen. Eén van die kransjes werd dus onbruikbaar. Na 1 uur wedstrijd sloeg het noodlot nog een keer toe en reed ik lek op een grote steenweg. Omdat het een snelle koers was en omdat ik geen reservemateriaal mee had, was dit voor mij einde koers! Balen want het parcours lag me echt goed.”
Rob: “Het weer was optimaal voor een cyclo. Droog en niet te warm, zonnetje kwam regelmatig even kijken. Tevreden: ja en nee. Nog nooit heb ik op een dergelijk parcours met een dikke 33 gemiddeld gereden, maar ik had stiekem gedacht dat ik wel bij de eerste 25% in mijn categorie zou rijden (plaatsing voor WK) en dat is niet gelukt. Ik zag in het startvak (startvakken per leeftijdscategorie) dat het er al allemaal strak uit zag. Ben dan ook erg hard begonnen om zo ver mogelijk naar voren te rijden. Dat lukte wel, ik zag bijna geen gele bordjes meer (per leeftijd categorie een andere kleur kader plaatje en rugnummer) maar ik moest dit na 50 kilometer toch bekopen en moest lossen uit de groep waar ik in reed. Later moest ik stoppen voor het vullen van bidons en werd ik na 10 kilometer alleen rijden opgeslokt door een volgende groep.”

Was deze rit een hoofddoel voor dit jaar? Hoe heb je naar dit evenement toegewerkt?
Bob: “Deze rit was meer een voorbereiding op granfondo’s die ik ga rijden begin juli. Dat geldt ook voor de Ventoux granfondo. Dan rijdt ik op 2 juli de Granfondo Alpi Biellesi (IT) en een week later de Granfondo JPP Neuf de Coeur (FR). Misschien dat ik ook nog deelneem aan het WK in Albi. Dan wordt dat uiteraard ook een hoofddoel.”
Geert: “Voor mij was de Schleck GF één van de hoofddoelen, omdat het profiel van de rit niet heel erg zware beklimmingen bevatte. Niet zoals je die wel ziet bij 3Ballons, Marmotte en Criqueillion.”
Waar Geert en Bob de GF Frank Schleck als één van hun hoofddoelen aanduiden was deze Luxemburgse GF voor Werner geen doel op zich: “Deze rit heb ik samen met een vriend uit Luxemburg gereden. En eerlijk gezegd waren we in de veronderstelling dat we deelnamen aan een toertocht. Dat is dan toch wel even schrikken en tegelijkertijd ook wel weer heel erg gaaf om bij een echte Granfondo aan de start te staan.”

Wat was voor jouw HET moment van de ‘koers’?
Bob: “We reden in de laatste 50 kilometer op een helling en je hoort mensen hijgen, inclusief mezelf. Vermoeidheid begint een rol te spelen. Dan kijk je opzij en zit er iemand nog op zijn dooie gemakje op zijn mobiel te bepalen welk nummer hij nu gaat afspelen: Frank Schleck.”
Geert: “Zoals ik eerder al zei. Voor mij was er niet één, maar twee momenten. Twee keer pech met het materiaal bepaalde mijn dag. Helaas.”
Werner: “De eerste 35 kilometer waren voor mij het moment van de koers. Toen kon ik me nog handhaven in één van de eerste groepen en werd er in een lekker tempo gereden. Ook het vele publiek langs de weg, maakte de beginfase erg leuk.”
Rob: “HET moment was eigenlijk het moment dat ik moest lossen uit de groep waar ik zo hard voor had gewerkt om bij te komen. De eerste 25 kilometer erg hard gereden om zo ver mogelijk van voren te komen, en dat was wel gelukt, maar dat had iets te veel kracht gekost. In ben 56 en dan start je in het 55-59 vak en dat is dus bijna helemaal achteraan. Op strava kon ik ook zien dat ik in vele segmenten in eerste 10 kilometer veel sneller was dan mijn vrienden die met 38 gemiddeld gefinisht zijn (op 1 min van de winnaar). Dat was dus een baalmomentje. Uiteindelijk wel tevreden over het gemiddelde.”

Beschrijf het einde van de koers eens, met veel mensen qua tijd dicht bij elkaar? Het gevoel gehad dat je deze Granfondo kon gaan winnen?
Bob: “Alles zat dicht op elkaar, ook de kopgroep. Die waren al eerder weggereden. Het gat was net te groot om er in mijn eentje naar toe te springen, maar het bleef lange tijd minder dan een minuut. Op de laatste paar hellingen probeerde ik weg te rijden met een groepje en dat lukte uiteindelijk op de laatste helling, maar toen was het gat al te groot om nog dicht te rijden. Met een klein groepje bleven we het peloton met 20 seconden voor. In de sprint verkeek ik me een beetje op hoe ver het nog was (er stonden geen bordjes), waardoor ik de sprint te laat aan ging.”

Wat maakt het voor jou persoonlijk mooi om deel te nemen aan een gran fondo?
Bob: “Ik heb ook veel wedstrijden gereden (en ook op redelijk hoog niveau), maar bij Granfondo’s zijn de klimmen en inspanningen langer. Daar heb je soms bijna een week last van. Bij wedstrijden is alles meer interval en bepalen 5 minuten vaak of je een goede of slechte uitslag rijdt. Bij Granfondo’s is het daarnaast ook zo dat je een strijd tegen jezelf rijdt en je komt in mooie gebieden. Ook is de sfeer tussen de deelnemers veel gemoedelijker dan bij het wedstrijdwielrennen.”
Geert: “Tijdens zo’n Granfondo vind ik het persoonlijk zeer leuk om te laten zien wat je waard bent. Uiteindelijk was dit niet het echte parcours waar je op je plaats terechtkomt maar in de meeste Granfondo’s is dit sowieso wel het geval. Ook het samen rijden in teamverband geeft wat extra motivatie aan de wedstrijd omdat je voor sommige teamleden niet wil onderdoen.”
Rob: “De uitdaging van het parcours, het is net wat anders dan het rijden van een koers in NL. En je hoeft niet voorin te rijden om een leuke koers te hebben, op elk niveau is het bij een Granfondo namelijk koersen en dat is zo leuk.”

Op wat voor manier krijg jij ondersteuning tijdens de granfondo? Volgen jullie als renners ook een ploegentactiek?
Bob: “Als Nglaze Granfondo Team proberen we als team te rijden. Zo kreeg ik tijdens de Schleck Granfondo een bidon van een ploeggenoot. We hadden geen verzorgers bij ons en anders zou ik moeten stoppen. Stoppen bij verzorgingsposten zou in deze granfondo betekenen dat je een groep terug zakt. Maar ook helpen we elkaar vaak in de eerste uren van Granfondo’s om van voren te blijven. Daarna worden de verschillen gemaakt en komt iedereen in een groepje van het eigen niveau.”
Geert: “Tijdens deze en ook nog andere Granfondo’s is het zo dat we geholpen worden door enkele vrienden die ons op één of meerdere plekken proberen te bevoorraden. Wanneer je een beetje ambitie hebt is dit de laatste jaren quasi verplicht, anders verlies je je kansen op een mooie uitslag.”
Werner: “Dat is voor mij allemaal niet aan de orde. Er waren goede bevoorradingspunten onderweg waar ik gebruik van heb gemaakt. Alleen de eerste gemist, omdat het bordje wel heel erg klein was.”
Rob: “In Luxemburg was ik afhankelijk van bevoorrading van de organisatie. Heb wel eens Granfondo’s gereden met bevoorrading geregeld door het hotel waar we verbleven. Vanuit onze vereniging wordt het bij enkele Granfondo’s ook geregeld, maar meestal ben ik dus aangewezen op de organisatie.”

Wat kan de organisatie leren van deze eerste editie? Wat kan er in 2018 beter?
Bob: “Zoals ik eerder al aangaf, is het beter om de pastaparty gelijk na de finish te houden. Dan hebben de deelnemers honger en het zorgt ervoor dat iedereen bij de finish blijft hangen. Een ander verbeterpunt is de kasseienafdaling in de laatste drie kilometer. Als de groepjes kleiner waren zou dat niet zo’n probleem zijn, maar de groepen waren hier in de finale groter dan elders. De bidonnen stuiteren dan over de keien en het was gelukkig nog droog.”
Werner: “Misschien dat de start volgend jaar beter kan. Er werd op een brede weg gestart, die vrij snel een stuk smaller werd. Onder andere door geparkeerde auto’s. Weinig deelnemers hielden zich aan het neutralisatie van de eerste kilometers van de koers en gingen volle bak van start.”
Rob: “Heb enkele Granfondo’s gereden waar de afterparty qua gratis eten en drinken erg uitgebreid was, de vraag is of dat moet. In Luxemburg was het niet veel, je kon wel van alles kopen en dat was een beetje aan de prijs. Maar verder echt niets dan lof.”

Laat alles zien
/*