Col de la Bonette: ontbijtkoek, een banaan en een prachtig uitzicht

Fietsen in het buitenland zit er nu even niet in. De corona-crisis houdt ons thuis. Hoewel de grenzen langzaam open lijken te gaan, is de toekomst onzeker. Plannen maken om te gaan fietsen in bijvoorbeeld de Alpen is moeilijk. Terugblikken kan altijd. Daarom deel ik graag mijn ervaring op Col de la Bonette. Een verhaal toen ik nog jong was en de meisjes mooi 😉 Een verhaal met een ontbijtkoek, een banaan en fraai uitzicht in de hoofdrol.

Beeld: Babaou

Col de la Bonette lonkte iedere dag naar ons. Wij lonkten vooral naar de buurvrouw
Precies weet ik het niet meer, maar het moet meer dan 10 jaar geleden zijn dat ik met vrienden op fietsvakantie was in de Franse Alpen. Een camping in Barcelonnette is onze uitvalsbasis en de Col de la Bonette lonkt iedere dag naar ons. Wij lonken vooral naar de buurvrouw op de camping. Een fraaie blondine, dat haar vriend geen seconde van haar zijde wijkt, deert ons totaal niet. We verblijven in een chalet op de camping en de bank uit de woonkamer hebben we op onze veranda geparkeerd. Vanaf deze bank kunnen we alles goed overzien. Als je jong bent is dat leuk tijdverdrijf.

De blonde buurvrouw

Letterlijk hoog(s)te punt van de fietsreis is Col de la Bonette. Deze reus is een van de hoogste verharde wegen van de Alpen met een hoogte van 2802 meter. Tijdens ons ontbijt zien wij de buurvrouw op de fiets vertrekken. Ze groet ons vriendelijk en haar vriend fiets zwijgend achter haar aan. “We halen je zo wel in”, roepen we nog en lachend roept ze, “Oh leuk, gezellig!” Niet dat we ook maar enig idee hebben waar het stel naartoe gaat, maar goed.

Col de la Bonette, cijferfreak Joris heeft mij al aardig op de zenuwen gewerkt met zijn gegooi met stijgingspercentages en met verhalen over de hoogte en hoe lang de klim wel niet is. Ik vervloek dat vergeelde boekje van hem met vrijwel alle beroemde cols en de daarbij behorende statistieken. De gedachte aan 30 kilometer klimmen, vind ik geen prettig vooruitzicht. En ik hoef al helemaal niet te horen wat per kilometer het gemiddelde stijgingspercentage is. De beste klimmer van het groepje ben ik nooit geweest. Het is harken, harken en nog eens harken! Joris zie ik in die dagen trouwens alleen de eerste kilometer, daarna is deze klimgeit uit het zicht verdwenen en begint voor mij de lijdensweg naar de top.

Ontbijtkoek weg kauwen

De dag van de Bonette heb ik goede benen. Joris en Rob kan ik niet bijbenen. Kees Jan neemt zijn gebruikelijke rustdag en blijft bij mij in de buurt. Richard heeft een mindere dag. Het zorgt voor moraal. Een keer niet als laatste boven op een col aankomen is ook wel eens prettig. Kees Jan stoempt in een steady temp voor mij uit. Ik zit vastgeplakt in zijn wiel en dat is ook het enige wat ik ongeveer zie. Zijn wiel. Af en toen om mij heen kijkend zie ik het landschap langzaam veranderen. De bebossing gaat over in Alpenweiden. Op dit deel van de klim heb je een weids uitzicht. Het is hier ook wat vlakker. Ik spoor Kees Jan aan dat het wel iets harder kan. “Grmmppl hrtdl grmmpl hhmmm”, of zoiets is zijn antwoord. Geen touw aan vast te knopen. Ik doe een nieuwe poging. En zeg hem dat het wel lekker gaat en dat er wel een paar km/u bovenop kunnen. “Grmmppl hrtdl grmmpl hhmmm”, is wederom het antwoord. Na een derde poging kan ik eindelijk horen wat hij zegt. “Hallo Vermeulen, mag ik ook effe eten!”. Kees Jan fietst altijd op ontbijtkoek. Niet het meest makkelijke voedsel om weg te kauwen. De verklaring van zijn onverstaanbare gemompel is gevonden.

In het weidse landschap zien wij in de verte een paar stippen fietsen. Kees Jan is uitgegeten en schakelt een tandje bij. Het zullen toch niet Joris en Rob zijn? Schiet het door mijn hoofd. Dan zou ik echt een topdag hebben. De eerste stip die we inhalen is onze zwijgzame buurman van de camping. De tweede stip volgt vlak onder de top.

Inmiddels fietsen we niet meer door de vriendelijke Alpenweiden. De laatste kilometers van de Bonette gaan door een desolaat landschap waar niets groeit. Een maanlandschap. Ik blijf in het wiel van Kees Jan geplakt zitten. Om mij heen kijken doe ik vrijwel niet meer. Het zijn steile meters naar de top. Langzaam ploegen we vooruit. Langzaam komt ook de tweede stip in zicht. Het is onze fraaie blonde buurvrouw. Tijdens het afzien proberen we zo vrolijk mogelijk gedag te zeggen.

Een banaan eet je 100m onder de top

Op 2.802 meter hoogte zien we Rob en Joris weer terug. Om ons heen alleen maar imposante Alpentoppen. Als even later Richard de hoek om komt en de top bereikt, vraagt hij verbaasd of dit de top is. Vloekend en tierend meldt hij dat hij net voor de laatste bocht helemaal klaar was met die klote klim en dat hij een banaantje is gaan eten langs de weg. Als hij geweten had dat een paar honderd meter verder de top was…

Wij gieren het uit van het lachen. Het wordt nog leuker als ook de buurvrouw arriveert. Oog voor de Alpencols hebben wij niet meer. Zij hangt moe tegen de berg. Wij keren het uitzicht de rug toe en verleggen onze aandacht naar haar. De buurman, inmiddels ook boven, probeert te redden wat er te redden valt. Het zint hem maar niets dat hij hier op grote hoogte zijn vriendin moet delen met vijf jonge testosteron bommetjes. “Jongens hebben jullie het uitzicht al gezien op de bergen?”, probeert hij. Het is vergeefse moeite. Voor even is hij zijn vriendin kwijt, die vindt al die aandacht wel prima.

Rob is dusdanig in de war, dat hij in de afdaling de afslag naar Barcelonnette mist. Niet dat hij a la Augustin in de Tour van 2008 het ravijn induikt. Gelukkig niet! Vlak onder de top splitst de weg zich. Als je in de afdaling links aanhoudt, kom je weer in Barcelonnette. Ga je echter rechtsaf, dan is het zaak dat je ook je strandhanddoek meeneemt. De Cote d’Azur wacht dan aan het einde van de afdaling. Het levert Rob een aantal onbedoelde extra kilometers klimmen op.

Het zijn geweldige herinneringen aan een tijd toen alles nog kon, mocht en gewoon was. Hopelijk kunnen we snel weer nieuwe herinneringen toevoegen en prachtige avonturen op de fiets beleven.

Laat alles zien
/*