Camino de Santiago deel 2

Eigenlijk begint dit verhaal met een boek dat ik jaren geleden heb gekocht: Een boekje over het fietsen van de Camino de Santiago. Ooit gekocht, een beetje over gedroomd en in de kast verdwenen. Begin van dit jaar kom ik samen met mijn vriend het boekje bij het opruimen tegen. “Dat zie ik mezelf ook nog wel doen”, zegt hij als ik over deze oude droom vertel. Een plan is geboren. En een kleine vier maanden later zitten we in de auto richting Spanje.
door Janine Nöthlichs
Maar nee, als hij dichterbij komt zie ik het: Hij is gevallen. Dat is schrikken!

Dag 3-6

Naast het dagelijkse fietsen ontdek ik nog een andere nieuwe sport voor mezelf: Op de Spaanse wc’s gaat na een tijdje automatisch het licht uit. Tijd genoeg voor een vrouw in gewone kleren, maar bijna onmogelijk om dat met een fietsbroek en shirtje met rits te redden. Elke keer weer leuk om het tóch te proberen.

De derde Etappe begint in een bergachtig gebied, waar ik bij mijn dagelijkse ’30km-koffie’ kennis maak met een man van in de 80 die wel 17 keer de Jacobsweg in al zijn variaties heeft gelopen. Hij vertelt kleurrijk over zijn woonplaats Burgos met zijn prachtige kathedraal, waar we op weg naar onze volgende slaapplaats Castrogeriz langs zullen komen. Het dorpje bruist van het sfeertje rondom de Camino de Santiago. We genieten bij het avondeten tussen de wandelaars van de ruis van tientallen verschillende talen om ons heen.

camino3

In dorpen die langs de traditionele route liggen, bieden de meeste restaurants een wandelaars menu voor tussen de 9 en de 11 euro aan, waar 2 hoofdgangen plus brood, toetje en wijn inzitten. Soms krijg je er ook nog water en een koffie bij. De zesde dag hebben we tot ‘rustdag’ gedoopt: We fietsen 55 kilometer op een redelijk vlak parcours (283 hoogtemeters) naar het sfeerrijke stadje León, waar we een leuk hotelletje hebben geboekt en na wat sightseeing heerlijk op terras gaan zitten op de Plaza Mayor met WiFi, chocolade taart, radler en een warm zonnetje.

Dag 7

De volgende dag gaan we richting Ponferrada, waar in September vorig jaar de wereldkampioenschappen wielrennen hebben plaatsgevonden. Een lange dag van 115 kilometers en een uitgestrekte klim met in totaal 1700 hoogtemeters ligt voor de boeg. We ontmoeten andere fietsers uit onder meer Ierland en Canada en bereiken bij temperaturen van rond de 32 graden uiteindelijk het ‘Cruz de Ferro’ (ijzeren kruis). Deze staat op een stenen paal op 1500 hoogte op de Monte Irago, de hoogste punt van de originele wandelroute. Daar leggen mensen een van thuis meegenomen steen neer die symbool moet staan voor hun zorgen en zondes die ze op hun bedevaart achter zich willen laten. Ik persoonlijk zou graag mijn huilbuien daar achter willen laten die ik krijg als mijn lichaam op is en mijn benen moe worden, maar dat kun waarschijnlijk het beste met veel training bereiken.

Na Cruz de Ferro begint een afdaling vol geuren, kleuren, haarspeltbochten en mooie dorpjes. Mijn handen slapen in van het vastknijpen van de rem, en toch kan ik nauwelijks bevatten hoe je in eens zo veel schoon voorgeschoteld kunt krijgen. De lange en moeilijke klim door de hitte lijkt al weer lang vergeten.

geplakte-afbeelding-756-x-1008

Na de hoogste berg zal de volgende dag de langste klim van om en nabij 25 kilometers volgen, een heuse col die ons naar het dorpje Sarria 95 kilometers verderop moet brengen.

Dag 8-9

De klim is onverwachts steil en de hitte bijt in mijn ogen. Na een kleine 8 kilometer komt mijn vriend, die vooruit is gereden, me weer tegenmoet. ‘Wat lief, hij komt kijken hoe het met me is’ denk ik nog. Maar nee, als hij dichterbij komt zie ik het: Hij is gevallen. Dat is schrikken! Blijkbaar is hij met zijn wiel in een put terechtgekomen die voor waterafvoer moest dienen. Hij heeft een diepe snee in zijn pols en zijn gezicht zit nogal onder het bloed. Na wat wanhopige pogingen om een taxi te bellen dalen we rustig af naar het dorpje waar we even eerder nog vrolijk hadden geluncht.  Een marathon met ziekwagen, politie en een erg vriendelijke café-eigenaar die op onze fietsen wil passen eindigt in het ziekenhuis van Ponferrada. Daar besluiten we enkele lange uren, een hoop misverstanden en vier röntgenfoto’s later om maar een auto te huren. Gelukkig valt het mee: Hij ziet er toegetakeld uit, maar er is niets gebroken. In plaats van de reis af te breken besluiten we, dat ik de resterende 131 km alleen uit ga fietsen, met hem als naar keuze bezemwagen, ploegleider of soigneur.

Ondanks dat ik ontzettend blij ben dat ik deze rit alleen af heb kunnen maken- je vertrekt immers met het doel Santiago te bereiken- is dit een behoorlijke domper. Met een onbestemd gevoel begin ik aan mijn de etappe. Stiekem rijd ik best hard de klimmetjes op, net of ik moet bewijzen dat ik prima kan fietsen alleen, écht wel. Maar op de Camino de Santiago ben je eigenlijk nooit alleen. Naast de talloze mensen die vragen wat er gebeurd is en hun medeleven uitspreken, bekommert zich ook de chauffeur van de begeleidbus van een eerder ontmoette groep Oekraïense fietsers  om mij. ‘Brave woman’, zeiden ze nog toen we met ze koffie dronken op terras. En elke keer dat hij mij passeert vraagt hij of ik wil drinken, eten, mee wil rijden of verder iets nodig heb. Er heerst op deze route een samenhorigheidsgevoel dat je langzaam in zijn greep krijgt. Je maakt deel uit van een kudde met hetzelfde doel. Je hoort erbij.

geplakte-afbeelding-756-x-756

Dag 10

De laatste nacht voor de finish slapen we na 85km in het kleine dorpje Arzùa, waar we zonder te reserveren verblijven in een net pensionnetje. De 1500 hoogtemeters van deze rit waren hapjesgewijs verpakt in kleine heuveltjes en leuke dorpjes, gepaard met een mooie en bosrijke omgeving. Zonder de bagage fiets ik toch een stuk lekkerder. Tijd voor een ijsje vind ik! We genieten nog even buiten van het heerlijke weer. Hoe anders zou dat de volgende dag zijn. Na 9 dagen zon en zomerse warmte is het toch weer een dag voor beenstukken en een warm jack. Ik stap op mijn fiets en denk: Nog 50 kilometers, dan is het klaar. Dat voelt raar, bijna een beetje verdrietig. Ik rijd langs het vliegveld van Santiago en even later zie ik Léon naast een rotonde bij het eerste plaatsnaamboordje staan. Tijd voor een foto! ‘Wacht even’ roep ik, en besluit spontaan om de fiets boven mijn hoofd in de lucht te tillen. Ik ben er! Trots en ongeloof gieren door mijn lijf. We bespreken kort hoe we elkaar bij de kathedraal weer terug kunnen vinden. Aldaar haal ik diep adem. Hij staat in de steigers, maar daar is hij niet minder indrukwekkend om. Samen met honderden wandelaars en fietsers ga ik er even voor zitten. Santiago de Compostella- het doel is bereikt.

Ondanks het ongeval is mijn conclusie zeker positief: Trek er een minimum van 10 fietsdagen voor uit, en deze tocht is prima te doen. Houd er wel rekening mee dat het een pittig parcours is- het nodige (klim-) training vooraf betaald zich zeker uit. Je hoeft er niet religieus of spiritueel voor te zijn: Het gezelschap dat je tegen zult komen is gemengd en het gemeenschappelijke doel schept in ieder geval al een sterke context waar iedereen zich snel in zal vinden. Een zeer afwisselend parcours van mooie stadjes en dorpjes, betaalbaar eten, drinken en slapen, fantastische natuur en de meest prachtige klimmen maken deze uitdaging driedubbel de moeite waard. Doen zeg ik! Je zult er vast en zeker je kleinkinderen nog over vertellen!

Binnenkort verschijnt een nieuw avontuur van Janine op deze website.

Houdt facebook en twitter in de gaten!

Laat alles zien
/*