Als een echte flandrien 2

Leon van der Ster heeft al een heel wielerleven achter de rug. Stilletjes verlangt hij al jaren naar de kussen van de rondemiss. Nu op zijn 39ste zet hij nog één jaar alles op alles om zijn droom waar te maken. Op het hoogste podium belanden van een cyclo of elitewedstrijd. Leon houdt voor CYCLOsportive een dagboek bij van zijn weg naar de top.
door Leon van der Ster
Samen met mijn pa pakken we in de warme kantine nog een lekker herstelbiertje, een Leffe Blond.
Het startschot valt en ik besluit om vooral een afwachtende houding aan te nemen. Na de start volgt een licht dalende weg met her en der wat gaatjes en scheurtjes in de weg. Zowel links als rechts van me willen renners naar voren op schuiven. Ik roep bij het naderen van de eerste bocht nog wat in de trant van ‘voorzichtig’, ‘ geef ruimte’, aangezien we met een scherpe terugdraaiende bocht over krijtstrepen in dit pôkke weer de provinciale weg opdraaien. Bij het inrijden vreesde ik deze eerste manoeuvre nog, maar het blijkt mee te vallen. Het gehele peloton doet rustig aan, nou ja, bijna. Een renner vindt het toch weer nodig om nog even snel binnendoor langs te schieten. Ik roep hem gelijk even na dat hij normaal moet doen. De docent in me kan het ook niet laten tijdens een koers om zijn mond dicht te houden.

Alles op de kant

Op de provinciale weg wordt alles op een lint getrokken, in treintjes wordt over de brede weg naar voren gereden. De wind waait hier pal op kop en door het opspattend water van de renners voor me, zie ik niet veel meer dan wat wazige beelden van stoempende renners. Na de provinciale weg draaien we het eerste kleine colletje op, de Caudenberg van 1,4km à 2% gemiddeld. Nooit steiler dan 7 procent, maar wel zo lang dat je de klim elke rondje toch wel gaat voelen, zeker met die koude wind van voren. Er wordt ruim boven de 30 naar boven gereden. Bovenaan gekomen volgt een brede weg waar her en der ook best wat nieuw asfalt volstaan had. Hier werd het elke ronde op de kant gegooid en probeerden plukjes renners weg te komen. Het 6,5 km. grote rondje heeft richting de finish nog een klein klimmetje, de Stuivenberg, in zich. Weliswaar met zo’n 300 meter een stuk korter, maar het maximum gaat hier naar 12%. Ook hier rijd ik de eerste ronde al met 29,6 km/u gemiddeld naar boven, wat neerkomt op een gemiddeld wattage over 32 seconden van 443 watt met een maximum van 748 watt. Mijn hartslag gaat hier naar 178 slagen, hetgeen betekent dat ik net niet/net wel in het rood ga.  Bij de oplopende finishstraat ben ik al aanzienlijk door het peloton heen gezakt. Ik had niet de behoefte om gelijk al voor mijn plekje voorin te gaan vechten.

Gevarenzone

Na een paar rondes kom ik weer heel erg in de gevarenzone. Ik zit bij de laatste paar renners in koers en merk dat er constant gaatjes vallen, zowel bij de klimmetjes, in de afdaling, op de provinciale weg en na de finish.  In het begin laat ik nog anderen het gat dichtrijden, maar op den duur zit ik een paar keer aan de verkeerde kant van de score en moet ik zelf aan de bak om de kloof te dichten. Dat lukt me weliswaar relatief eenvoudig, maar merk dat het me ook weer onnodige energie kost. Na een uurtje besluit ik dus maar wat meer naar voren te gaan rijden. Inmiddels zijn er al een paar man weggereden en hoor ik door de speaker dat de voorsprong tot maximaal een kleine minuut oploopt. Ik vermoed dat het een man of acht zijn die voorop zitten, maar achteraf gezien weet mijn vader te vertellen dat het er maar vijf waren.

Renners kunnen niet meer schakelen

Het peloton dunt elke ronde verder uit en ik hoor renners naar hun vader/moeder langs de kant roepen dat ze het te koud hebben en niet meer kunnen schakelen. Ik moet in mezelf lachen en weet nu dat ik er niet alleen voorsta. Deze barre tocht wordt een ware afvalkoers en richting de laatste rondes schat ik in dat er nog een man of veertig in koers zijn. Als het een beetje meezit, kan ik zomaar vandaag bij de eerste dertig rijden! Dat geeft me weer moraal om de laatste loodzware kilometers door te gaan komen. Ik krijg het met de ronde kouder en vind het eigenlijk wel mooi geweest. 2 rondes voor het einde rijdt er een groepje van een man of zes nog weg. Ik schat in dat ik nu nog voor plek 15/20 rijd. Als we de laatste keer de provinciale weg opdraaien, willen enkele renners het gat richting het 2e groepje dichten. Ik besluit mee te springen en met een paar man draaien we een paar keer totdat we onderaan het eerste klimmetje komen. Ik besluit geen moment om te wachten en spring in mijn eentje weg en rijd zo in 1 stuk het gat van 100 à 150 meter dicht naar de 2e groep. Ook daar wordt er echter finale gereden en springen precies op het moment dat ik aansluit weer twee man weg. Ik moet eigenlijk nog bijkomen van mijn actie, maar spring uit wilskracht toch, achteraf gezien iets te laat, achter de twee man aan. Het peloton, uitgedund tot zo’n 20 man zit ons op de hielen. Ik merk dat ik niet heel veel over heb om het gat naar de twee ontsnapte renners gelijk te dichten en besluit om mijn benen stil te houden in de hoop dat andere het vuile werk dan maar willen opknappen. Dat gebeurt echter niet en de twee zijn gevlogen. Ik laat me afzakken in het groepje en niemand wil nog op kop.

Geen podium vandaag

Het peloton sluit ook weer aan en nu wordt er wel weer gekoerst. Enkele renners willen dit stuk nog gebruiken om weg te komen, maar uiteindelijk zitten we allemaal richting de voet van de laatste klim bij elkaar. Ik zit voor het mooie gezien hier te ver van achter en moet een paar keer bergop in de remmen omdat een renner voor me stilvalt. Een kleine afdaling richting finishstraat en ik mag mijn natte kleren eindelijk uitdoen en proberen om mijn lichaam weer op te warmen. Uiteindelijk vangt mijn vader me op na de finish en weet me te vertellen dat ik zowaar 12e ben geworden. Het bleek dat er weliswaar half koers een groepje weg was gereden, maar de kopgroep dunde steeds verder uit en bestond uiteindelijk uit drie renners die maar 8 seconden voor ons waren gefinisht. Achter die drie kwam het tweetal wat ik had laten gaan over de finish. Beetje attenter en ik had hier dus al een mooie uitslag kunnen rijden. Nou ja, vooraf had ik ook getekend voor een 12e plek, maar nu was top 10 zeker al haalbaar. Samen met mijn pa pakken we in de warme kantine nog een lekker herstelbiertje, een Leffe Blond. Die smaakte heerlijk. Als een echte Flandrien voel ik me de koning te rijk hier in het prachtige Vlaanderen. Santé! Op naar de volgende koers!

Blijf CYCLOsportive via Facebook en/of Twitter volgen en lees volgende week deel 9 van Wielerkoorts!

Laat alles zien
/*