De Stubaier Gletsjer: Op zoek naar ijs.

CYCLOsportive is altijd op zoek naar nieuwe verhalen. Verhalen over mooie cols en vooral verhalen die je meevoeren in de beleving van de fietser. Lothar Smith vertelde CYCLOsportive zo’n verhaal. Een verhaal over fietsen met vrienden. Over roekeloos ja zeggen tegen een idee ontstaan in de kroeg. Drie dagen fietsen in Oostenrijk met de Stubaier Gletjer als hoogste punt van de trip! Dank voor je verhaal Lothar!

Tekst: Lothar Smith

Ik zal en moet de Mutterbergalm bereiken!
De laatste tien kilometers van de klim beleef ik vooral in een roes. Terwijl mijn benen het hebben opgegeven om nog te zeuren over hoe ver het nog is (mijn hoofd weet het antwoord wel, maar blijft mijn benen aanmoedigen: “nog maar een klein stukje, nu echt!”), genieten mijn ogen van de omgeving. Om mij heen is de Stubaier Vallei domweg schitterend.

In gedachten verzonken
Ondanks dat ik al kilometers lang aan het klimmen ben, lijken de bergketens om mij heen alleen maar steiler en hoger te worden. Vanaf onze startplek Völs (Innsbruck) gaat het nu al zo’n 40 kilometer omhoog! Dieper en dieper fiets ik de vallei in, met links en rechts schitterende watervallen. In de verte meen ik al een glimp van de gletsjer te zien. Deze gedachte helpt me om te blijven fietsen. In gedachten verzonken voel ik de weg weer gemeen omhoog lopen. Stijgingspercentages van boven de 10% laten mijn benen verzuren. Maar ik zal en moet de Mutterbergalm bereiken! Het echte eindpunt van het ‘weggetje’ dat ooit nog zo mooi glooiend begonnen was…

App groep
De pijn verbijtend denk ik terug aan hoe het ooit begonnen was. Ik was er weer finaal ingetrapt. Ergens eind november 2017 was er opeens een app groepje, door een paar vrienden uit Wageningen in het leven geroepen, genaamd “Fietsen in de bergen”. Ik was meteen lid gemaakt. Ik had bij de vorige zitting in de kroeg blijkbaar een keer geroepen dat ik best aardig een berg op kon fietsen… Dat wil zeggen voor een anti-klimmer.

Ik ook altijd met mijn grote mond! Wanneer leer ik het nu eens. Maar ach het levert mij vaak genoeg mooie ‘narigheid’ op. Van die momenten waarbij je achter nog maar een tandje over hebt en voor al kilometers lang op het kleine blad zit. Je hart flink tekeer gaat terwijl je amper nog door je zonnebril kunt kijken vanwege de vele, traag omlaag lopende, zweetdruppels. En je fietsmaten? Die zijn al kilometers verder.

Kuhtaipas, Brennerpas, Stubaier Vallei
Na een paar appjes was het al duidelijk – begin juni konden we allemaal, en zouden we de trein naar Innsbruck pakken. Met fiets, tent en wat andere kampeerspullen. Via sites als visittirol kwamen we al snel op een aantal leuke ritjes om onze 3 dagen mee te vullen. De Kuhtaïpas (met flinke kuitenbijters onderweg!), de Brennerpas (gemoedelijk klimwerk, wel veel bochtsnijdende motormuizen). En tot slot de Stubaier Vallei in, iets met een gletsjer ofzo.

Ik heb in mijn jongere dagen met de familie meerdere keren Innsbruck en omstreken bezocht. In de winter om te leren skiën (mislukt overigens) en voor lange zomerse wandelingen door de bergen. Maar nu zag het er toch allemaal anders uit. Enigszins ongerust schoof ik aan bij het ontbijt. Die bergen om ons heen waren toch best flinke jongens… moesten we daar omhoog? Bijzonder blijft het toch, dat een deel van je hersenen spontaan in panic mode over kan gaan, terwijl de rest toch best weet dat je echt niet opeens tot de piek gaat van een berg. Dus? Geen paniek, omkleden, fiets pakken en gaan!

Cola in de hand
Uren na deze beslissing moet ik nog 1 kilometer flink trappen – soepeltjes ronddraaien heb ik een half uur eerder al opgegeven, dit is gewoon ordinair stoempen, een Mollemaatje.. Op de enorme parkeerplaats aan het eind van de weg zie ik mijn zwaaiende maten al staan. Colaatje in de hand, windjacks weer dichtgeritst. Blijkbaar is het fris, het zonnetje ten spijt. Ik zit nog in volle inspanning en maak mij nog geen zorgen om kou. Twee maten zie ik naar wat lijkt op een kassa lopen. Blijkbaar gaan we nog een stukje omhoog. Naar de echte top van de Stubaier Gletsjer, op 3.210 meter hoogte! Met de lift dus (in totaal 4,7 kilometer lang, met twee keer overstappen), in onze wieleroutfits: klikschoentjes, korte fietsbroeken, en marginale windjacks.

Ethisch engeltje
Na uren zelf te hebben getrapt stribbelt mijn immer aanwezige ethische engeltje tegen dat dit toch een beetje valsspelen is. Zo vlot hoogtemeters maken middels een overduidelijke vorm van mechanische doping (ook al staat de Strava op pauze). Maar al snel weet ik die gedachte te ontkoppelen en vooral te genieten van het rauwe landschap onder mij: kale bergen, met steeds meer eeuwige sneeuw (ijs) naarmate we de top naderen.

G’day
Zodra we uit de lift stappen weten we direct dat we de zomer beneden hebben achtergelaten. Met nauwelijks 8 graden boven nul en veel wind, zijn we duidelijk underdressed. Maar wat een super spectaculair uitzicht. Op onze klikschoentjes klimmen we de laatste traptreden moeizaam omhoog naar een panorama platform. Halverwege komen we een reus van een vent tegen, een Aussie – hij zij namelijk G’day! Nadat wij hem gepasseerd zijn roept hij ons na: “I hereby declare that I have to revise my wacky nationalities ranking! The Dutch have just edged ahead of the Kiwis and the Aussies!”  En zo zie je maar weer, zelfs zonder racefiets kunnen wielrenners hun stoerheid en onverschrokken karakter etaleren, althans dat was de conclusie die wij graag trokken. Na een paar foto’s te hebben gemaakt hobbelden we weer snel terug naar de lift. En terug naar onze racers beneden. Ik verlang naar een snelle afdaling terug naar Innsbruck. Was für wunderschöne Alpen!

 

 

 

Laat alles zien
/*