Lentekriebels

Met slaperige ogen kijk ik in mijn kledingkast. Vandaag gaat het gebeuren, de eerste voorjaarsrit van 2017. Het is niet dat ik dit jaar niet eerder op de fiets heb gezeten, maar zondagochtendritten zijn een fenomeen. Eerst zo’n honderd kilometer toeren om daarna, wanneer de planning het toelaat, een voorjaarskoers op tv te kijken met vrienden. Die dagen waar je al weken naar uitkijkt tot dat moment dat je voor de kledingkast staat.

Tekst: Mark Wesdijk

Intens genieten van de vrijheid en het buiten zijn
De vloer is koud, de kamer is koud en buiten is het waarschijnlijk al niet veel beter. De kunst van het ‘op het weer kleden’ kan beginnen. Werken met laagjes is de sleutel en ik heb de samenstelling voor vandaag al tien keer overdacht in het afgelopen halfuur. Ik wrijf nog eens goed door mijn ogen en kijk naar het tafereel voor mij. Tussen de planken met nette stapeltjes broeken en T-shirts doemt een enorme berg wielerkleding op. In vergelijking met de andere, schijnbaar keurig gesorteerde, kleding lijkt deze stapel meer op mijn wasmand. Bovenop de bib-shorts en zweetshirtjes liggen twee opgerolde drollen, de arm- en beenwarmers. Snel pak ik ze van de stapel, in de angst dat wanneer ik dit te langzaam doe, de stapel als in een slowmotion filmpje omvalt. Met de behendigheid waarmee ik tijdens een potje Jenga een blokje uit het midden van de stapel trek, pak ik snel een thermosshirtje van onderaf de stapel. Dan gaat op het nachtkastje m’n telefoon. “Yo maat, ben je al wakker? Weet je waar ik zin in heb?! Koffie….”

Een half uur later zit ik gedoucht en aangekleed op de bank. Ik sta op het punt om te gaan sporten dus ik verwen mijzelf met een stevig ontbijt. Havermout is gezond en zorgt ook nog eens voor een gelijkmatige energieafgifte. Als ik ergens bang voor ben, dan is het wel om tijdens de eerste rit een flater te slaan. Eten en drinken zijn daarin cruciaal, als ik niet na een kilometer of zestig de man met de hamer wil tegen komen.

Hoe zouden de benen van de andere mannen zijn? Was mijn wintertraining wel voldoende? Heb ik genoeg aan de inhoud gewerkt? Of toch teveel gefocust op mijn spieren? Minutieus heb ik de afgelopen tijd het Strava activiteitenoverzicht bijgehouden en kudos uitgedeeld aan de mensen waarop ik stiekem jaloers was omdat ze wel de tijd konden maken om te trainen. Voordat ik mijzelf gek probeer te maken met kilometeraantallen benadruk ik mijn motto: Kwaliteit is belangrijker dan kwantiteit. Veel trainingskilometers zijn niet per definitie goede trainingskilometers!

Het is nog opvallend koud wanneer ik met frisse tegenzin de deur uit stap. Mijn hoofd is in zo’n zware tweestrijd verzeild geraakt dat ik even twijfel gewoon de strijdbijl neer te gooien, op de bank te ploffen en te wachten op de koers. Wat is er nou mooier dan 200 man te zien zwoegen door weer en wind om als eerste over de finish te komen? Beentjes omhoog, biertje erbij… Het is opvallend dat ik vaak beweer geen mooi weer fietser te zijn. Misschien is het dan toch dat zonnestraaltje wat net opvallend genoeg de portiek binnen valt. De lente staat bijna letterlijk voor de deur. Oke, ik ga al… Vijf minuten later en de eerste rillingen voorbij rijd ik net de stad uit, een paar dampende koeien in de weide begroeten mij. Voor ik het goed en wel besef verschijnt er een glimlach op mijn gezicht. Ik zit op de fiets en besef ineens weer waarvoor ik het doe: intens genieten van de vrijheid en het buiten zijn.

 

 

Laat alles zien
/*