Koersen door het dorp

Het wielrenvirus heeft me te pakken. Ik raak het nooit meer kwijt. Inmiddels denk, leef en slaap ik wielrennen. Prof zal ik nooit worden. Die ambitie heb ik ook nooit gehad. Het blijft maar een hobby. Maar wel een verdomd mooie hobby. In deze serie blogs ga ik terug in de tijd en diep ik uit mijn geheugen de mooiste avonturen op. Wellicht begrijpen ‘onwetenden’ dan wat het is om bevangen te zijn door het wielrenvirus: een prettige ziekte 🙂
door Gerrit Vermeulen
Sjakie en Gerritje die met gevaar voor eigen leven, niets en niemand ontziend, koersen reden op leven en dood.
Schreef ik eerder dat mijn passie voor het fietsen vorm kreeg in 2000, moet ik nu na lang nadenken, toch bekennen dat het al in 1986 raak was. Het kan ook 1985 of 1987 geweest zijn. Een jaar of 11 was ik toen ik de spatborden van mijn fiets haalde en ik van mijn vader een racestuur kreeg. Het racestuur verving het gewone stuur en voila, mijn eerste racefiets was geboren.

Rustig rondrijden door het dorp was er voor Sjaak (mijn broer) en mij niet bij. In de tijd dat geluk nog heel gewoon was, reden wij als gekken door onze woonplaats. Gelukkig woonden wij in een dorp (Kockengen). Daar kon je ook zonder al te veel risico’s op ongelukken als een dolle doorheen crossen. Tenminste, dat dachten wij. Jong en onbezonnen als we toen nog waren. Onze ouders hebben vast doodsangsten uitgestaan als Sjakie en Gerritje weer eens snoeihard de hoek bij de brandweerkazerne om kwamen zeilen. Totaal niet oplettend of er misschien een auto op de Kerkweg reed. Het is gelukkig altijd goed gegaan.

Bij onze koersen geen mensen die met gevaar voor eigen leven met een geel vlaggetje staan te zwaaien om de renners te waarschuwen voor rotondes en vluchtheuvels. Geen mensen die een kruising afzetten om de koers door te laten en het alledaagse leven even stil te laten staan. Nee, het waren Sjakie en Gerritje die met gevaar voor eigen leven, niets en niemand ontziend, koersen reden op leven en dood.

De start van onze koersen was altijd op de brug voor het ouderlijk huis. Vanaf de start zetten we koers richting de Korte Kerkweg. Vol gas. Niet remmen voor de bocht richting de Driestammenweg. Vol overgave stortten we ons in de ‘afdaling’ langs de bibliotheek, richting de Dreef. Bij het opdraaien van de Dreef was eigenlijk wel enige voorzichtigheid geboden. Maar om te winnen van elkaar, moest ook hier met oogkleppen op de bocht genomen worden. Om snelheid te houden met ogen dicht het fietspad overschieten en met een ruime bocht de rijbaan van de Dreef op. Uit het zadel en aanzetten voor een lange sprint. Het bejaardenhuis schiet in een flits voorbij. Stak er een oud vrouwtje over op het zebrapad? Niet gezien, sorry. De verzuring zit inmiddels in de pezige beentjes van de gebroeders Vermeulen.

Nog een klein stukje! De bocht door en dan kunnen we de finish zien liggen. De Kerkweg was de drukste straat van het dorp. Geen tijd om te remmen, geen tijd om te kijken. De dood of de gladiolen. Van de Dreef knallen we de ‘drukke’ Kerkweg op. Nu komt het laatste moeilijke stuk. Met volgelopen bovenbenen knallen we de ‘klim’ op richting de finish. Na zo’n harde koers is zelfs de beklimming van de brug bij het ouderlijk huis voor ons een Alpenreus. Zij aan zij flitsen we naar de finish. Sjakie met een vuurrood hoofd en Gerritje met een verbeten grimas. Wie er won? Eerlijk, geen idee. Maar mooi was het wel!

Laat alles zien
/*