Het kruisje van papa

Even geen verhaal over de fiets, geen verslag van nieuwe avonturen, maar een verhaal over een kruisje. Een heel erg mooi elfstedenkruisje. Niet mijn kruisje, maar het kruisje van mijn vader. Het ultieme bewijs dat mijn vader in 1985 en 1986 na zich in 1966 te hebben ingeschreven, eindelijk de tocht der tocht kon rijden. Zal ik ook ooit zo’n kruisje bemachtigen?
door Gerrit Vermeulen
De laatste 40 km zakte hij in mijn wiel en vroeg af en toe of het wat zachter kon. Geen probleem.
Ik weet het nog precies: in 1985 was het hele land in rep en roer en ik was pas 11 jaar oud. Het hele land stond op zijn kop. Na 19 jaar wachten was daar eindelijk weer de elfstedentocht! En mijn vader deed mee, hoe stoer was dat! Evert van Benthem won op 21 februari 1985 de elfstedentocht en was voor zijn leven lang DE winnaar en een bekende Nederlander. Zijn tijd (6 uur 47 minuten en 44 seconden) interesseerde me niet. Op school mochten we naar DE tocht kijken. Ook bij ome Freek en tante Corry (waar ik samen met mijn broer logeerde, mijn zus was bij een vriendin ondergebracht) stond de televisie de hele dag aan. Mijn moeder stond op de Bonkervaart mijn vader op te wachten bij de finish. Na ongeveer 10 uur passeerde hij de finishlijn en had hij het elfstedenkruisje eindelijk in zijn bezit. Trots was ik op mijn vader, supertrots!

Mijn vader is inmiddels overleden aan kanker. Tijdens zijn ziekte heeft hij hard gevochten. Net zo hard als tijdens die 200 lange loodzware kilometers op de schaats door Friesland. Na zijn overlijden mocht ik zijn elfstedenkruisje erfen. Weer die trots. Ik vind het een prachtig aandenken aan mijn vader. In 1985 had ik niet kunnen bedenken dat ik zo op hem ging lijken zoals ik nu doe. Stef Bos heeft gelijk gehad: Papa ik lijk steeds meer op jou. In alles, ik hoor het vaak genoeg van mijn moeder. Ik fiets, ik schaats, ben streng voor mijn kinderen 🙂 Precies zoals hij. Het sporten kan niet normaal, maar moet altijd meer, harder, verder etc. Die honger naar meer, die verslaving, heeft mijn hoofd inmiddels volgestopt met prachtige avonturen en mooie herinneringen.

De gedachte aan het kruisje geeft me vaak kracht als ik aan het sporten ben. Op zware momenten denk ik regelmatig aan mijn vader. Beseffend dat de pijn die ik voel bij een beklimming slechts tijdelijk is. Kom op doorgaan, niet opgeven, nog even volhouden!

In 2009 heb ik deelgenomen aan Alpe d’Huzes, een prachtig evenement. Starten om 5 uur in de ochtend om zes keer Alpe d’Huez te beklimmen. Tranen in mijn ogen bij zoveel aanmoedigingen. Ik noemde dat destijds een elfsteden-sfeertje. Heeft mijn vader die aanmoedigingen ook zo emotioneel beleefd? Ik was 11 in 1985, dan vraag je dat soort dingen niet, nu kan ik het hem helaas niet meer vragen. Na zes keer de Nederlandse berg beklommen te hebben was de ontlading groot. Huilend heb ik mijn moeder gebeld en huilend heb ik samen met mijn broer tegen een dranghek bovenop de top van de berg gehangen.

Ik weet hoe graag mijn vader fietste en schaatste, ik mis het om daar met hem over te praten. Ik mis het om die ervaringen te delen. Maar ik weet hoe trots hij op me is. Dat ik de sport beoefen zoals ik dat nu doe. De eerste keer dat ik een fietstocht met mijn vader reed was in voorbereiding op Luik-Bastenaken-Luik 2002. Na 80 km heb ik de laatste 40 km in zijn wiel gehangen. Smekend of het iets zachter kon. Dat was geen probleem. Hij was mijn steun en sleepte me door die laatste kilometers heen. Later, toen hij al ziek was, waren de rollen omgedraaid. Ik fietste steeds meer, mijn niveau werd hoger. Hij werd zieker en kon niet meer zo hard. De laatste 40 km zakte hij in mijn wiel en vroeg af en toe of het wat zachter kon. Geen probleem. Ik steunde hem en sleepte hem door de laatste kilometers heen.

Nu zie ik bijna iedere dag dat elfstedenkruisje en vaak vraag ik me af of ik dat ook zou kunnen. 200 km schaatsen, langs elf Friese steden, in 10 uur tijd. Ik vraag het mij af, ik twijfel, zijn prestatie is voor mij mythisch. Een niet te evenaren prestatie. Ik ben geen lid van de Elfstedenvereniging. Ik twijfel ieder jaar: wel of geen lid worden. Stel dat DE tocht er komt. In 1985 was hij mijn held en dat is hij nog steeds. Ook ik schaats inmiddels al een aantal jaren trouw mijn rondjes op de ijsbaan in Utrecht net als mijn vader. Ook ik laat alles uit mijn handen vallen als er eens natuurijs ligt, net als mijn vader. Maar 200 km? Poeh, dat is ver hoor!

Ik merk dat ik in alles wat met sporten te maken heeft mijn vader wil evenaren, overtreffen. Iets aan hem wil bewijzen. Zo van zie je wel, ik kan het ook. Goed hè? Misschien moet ik van de Elfstedentocht afblijven en dat voor altijd de prestatie van mijn vader laten zijn. En voor altijd kunnen zeggen dat MIJN vader in 1985 en 1986 de Elfstedentocht heeft gereden. En dan ben ik trots, heel erg trots op het kruisje van papa!

Laat alles zien
/*