De Criq: niets moet, alles mag

Veel mensen die horen over een cyclo of granfondo reageren dat dat niets voor hen is. De hele rit jakkeren, racen, bezig zijn met goud, zilver of brons. Nee daar doe ik niet aan mee hoor ik vaak om mij heen. Je hoeft een cyclo niet als race te benaderen, niemand die je daartoe verplicht, is dan vaak mijn tegenreactie. Alwin Wijnands schreef op de website van Wielertoerist zijn verslag van deelname aan de Velomediane Criquielion. Zijn rit door de Ardennen werd geen race, maar een heerlijk ‘rustig’ ritje. Alwin bewijst hier maar weer eens mee dat bij een cyclo alles mag en niets moet.

Tekst: Alwin Wijnands, lid van Wieltoerist

Of ik nou 1.438e of 1.439e wordt, het zal me worst zijn
Dit jaar heb ik door omstandigheden niet veel gefietst en al helemaal geen lange afstanden. Het feit dat ik geen doel had gesteld voor dit jaar helpt dan kennelijk ook niet. Uiteindelijk besloot ik daarom dat de Criq dan maar het doel moest worden. Ik zou nog genoeg tijd hebben om me daarop voor te bereiden.

Helaas was de praktijk weer anders. Ik wilde tijden de vakantie wat flinke tochten rijden maar een flinke verkoudheid ontnam me de zin om te fietsen. Later ging het wel en heb ik nog een rit van 90 km gemaakt over de Grand Colombier, 18 km klimmen met stukken boven de 12%. Het ging maar ik was daarna wel op. Twee weken geleden nog een rondje gereden van 125 km. Ook dat was niet echt een succes. Als 125 km vlak niet lukt, zou het dan wel zin hebben om 170 km met 3.300 hm te rijden?

Petit Criq?
Zou ik dan misschien maar de Petit Criq gaan rijden? Dat zag ik toch niet zo zitten. Dat zou betekenen dat ik 2,5 uur in de auto moest zitten (enkele reis) voor nog geen 100 km. Dan nog maar eens het parcours bekijken. Na 67 km kom je weer door La Roche. Na de Haussire kun je linksaf draaien en is het afdalen naar La Roche. Ook daarna zijn er nog diverse mogelijkheden om via een makkelijke route weer naar de start terug te rijden. Cor01 wil ook gaan en ik besluit om te starten en maar te zien waar ik uitkom.

Zaterdagochtend haal ik Cor op in alle vroegte en we reizen af naar de Ardennen. Daar aangekomen is het maar grijs en grauw. De temperatuur is wel aardig goed, 17, 18 graden. We halen onze spullen op en maken ons gereed voor de start. Vanuit de start gaat het vrijwel direct omhoog. Ik wens Cor veel succes en probeer een rustig ritme te vinden.

Wijze les
Toen ik 17 was mocht ik onder voorwaarden van de voorzitter van WTC Woerden mee naar Luik Bastenaken Luik. In die tijd was het alleen nog maar 245 km. Bij de eerste klim werden de voorwaarden duidelijk. Licht schakelen, blijven zitten en vooral bij de voorzitter blijven. Sparen, sparen, sparen was het motto. Dat bleek te werken want aan het einde van die dag haalden we de een na de ander in die ons in de ochtend voorbij gesjeesd was. Een wijze les geleerd die nu goed van pas kwam.

Ik rij op een lekker tempo zonder in het rood te gaan. Ik kan om me heen kijken en genieten van de entourage. Op een klim staat een man met een draaiorgel en 6 jongemannen daarbij die flink staan te lallen. Als ik voorbij ben zetten ze nog eens flink in. Kennelijk had niet iedereen daarop gerekend. Een renner die net langs rijdt gaat tegen de vlakte.

Mur de Velomediane
Op de Mur de Velomediane moest ik wel voluit omdat je anders omvalt maar de rest was redelijk op de handrem. Bij de eerste stop bidons vullen en wat eten. Volgende kluif is de Haussire. Het steile stuk is weer flink aanzetten maar daarna weer behoudend fietsen. Uiteindelijk kom ik de Haussire ook redelijk goed over en besluit rechts af te slaan richting Samree. Opgeven kan altijd nog.

Het tweede deel gaat op en af maar ik blijf in m’n eigen tempo doorrijden. In dit deel valt op hoe anderen rijden. Ik word regelmatig door een groep ingehaald die vervolgens verderop aan de kant van de weg bij een volgwagen staat te kletsen en bij te tanken. Anderen komen me in een flauwe afdaling voorbij gescheurd om vervolgens op de eerste de beste klim geparkeerd te staan. De tweede stop laat nog even op zich wachten en ik stop bij een huis wat water te halen. Het is warm en ik wil niet zonder drank komen te zitten.

Kramp!
Bij de tweede stop besluit ik om even te gaan zitten om m’n benen wat te ontlasten. Ik ben niet heel moe maar voel m’n benen natuurlijk wel. Ik besluit om in het laatste deel wat meer vaart te gaan maken. Nu ik zover gekomen ben, ga ik het wel halen dus wat meer afzien moet kunnen. Na de start is het een klein beetje vals plat naar beneden en dan gaan we rechtsaf omhoog. Ik ga staan, zet aan en de kramp schiet in m’n linkerbeen. Au! Terwijl ik m’n linkerbeen probeer te ontlasten schiet het in m’n rechterbeen. Kl@#te! Ik schakel zo licht mogelijk en probeer al fietsend te voorkomen dat de kramp erger wordt. Dat lijkt te lukken. Ik kan zo redelijk door blijven rijden. Probleem is dat de Cote de Beffe er nog aankomt, 1,6 km tegen 10,3%. Volgens sommigen de zwaarste helling in het parcours. Afwisselend staand en zittend kruip ik daar omhoog. Iedere keer moet ik wisselen omdat de kramp er weer in dreigt te schieten. Het lijkt wel of ik met een spinningles bezig ben: Staan, zitten, staan, zitten. Het lukt me om zonder af te stappen boven te komen. Nu ga ik het zeker halen!

Zwaailichten
Even verderop bij Donchamps zie ik verderop zwaailichten in het bos. Bij de plek aangekomen staan er voertuigen in de berm en een scherm langs de weg. Er is een gelaten stemming bij de mensen die er staan en niets duidt erop dat er actie wordt ondernomen. Dat is geen goed teken. Later blijkt dat een 43-jarige man dood van z’n fiets is gevallen. Zo iets drukt je wel weer even op de realiteit. Het kan zo over zijn maar ook het idee of het nou wel zo handig is wat ik doe. Zonder al te veel voorbereiding een dergelijke tocht ondernemen. Ik hou mezelf voor dat ik bijna nergens voluit ben gegaan en nergens in het rood heb gereden.

De kramp blijft in m’n benen zitten dus de resterende klimmetjes moet ik ook op het relatieve gemak doen en rij ik rustig uit. De laatste 10 km laat ik me uitrollen naar La Roche. Het zit er bijna op. Om de een of andere reden bedenkt iemand vlak voor de finish dat hij een sprintje met me aan wil gaan. Ik zie er het nut niet van in. Of ik nou 1.438e of 1.439e wordt, het zal me worst zijn. Ik laat hem lekker gaan en rol om 17:00 uur over de finish. Precies 8 uur onderweg geweest. Een toptijd is het zeker niet maar ik heb gewoon een lekkere fietsdag gehad. De Velomediane is ook als toertocht leuk.

Na een colaatje en een welverdiende brood met worst gaan we weer op huis aan.

Laat alles zien
/*